De Frikandellenindex
← Over De Frikandellenindex Over

Het begon met een Snickers uit de automaat

Een week lang hield ik bij wat ik at, in zo'n calorie-app. Op vrijdag stond er patat met een frikandel op het menu. Ingevuld: 180 kcal. Viel mee.

Maandag, drie uur, op mijn werk. Snickers uit de automaat. Ingevuld. Meer dan een frikandel.

Ik keek nog eens naar die automaat. Mars, Twix, wafels: bijna alles erin was meer dan een frikandel. Vanaf dat moment zag ik overal frikandellen. In de gevulde koek bij de koffie. In de stroopwafel om vier uur.

Die vrijdag vertelde ik het thuis, enthousiast. Met mijn tweede wijntje in de hand en kaas en worst op tafel. Twee wijntjes: ruim één frikandel. De rest heb ik maar niet uitgerekend.

Mijn kinderen vonden het prachtig. Normaal ben ik degene die zegt dat ze gezond moeten eten. En nu rekende ik spontaan alles om naar frikandellen.

Ik ben zelf een echte borrelnootfan. Op vrijdagavond ging er zo een hele schaal doorheen. Tot ik uitrekende dat dat al gauw 6 frikandellen is. Die kwam aan. Nu laat ik de schaal wat vaker staan. Niet altijd, maar wel vaker.

Daar zit de paradox. Een frikandel eet je bewust, met een klein schuldgevoel, één keer per week. Maar de koek, de reep en de borrelnoten? Die tellen we niet. Die voelen niet als snacken.

Ik ben niet de enige: vier op de tien Nederlanders eten elke dag iets wat ze niet van plan waren.

Ik noemde de voorbeelden steeds vaker bij vrienden en collega's. Iedereen herkende het, en iedereen wilde het van zijn eigen snack weten. Tot iemand zei: "Maak daar eens een index van. Of een calculator." Zo is het begonnen.

Stefan

Reken je eigen moment uit → Lees het idee erachter → Lees waarom het de frikandel werd →